De wereld op z'n kop: reactie op NRC artikel van Melle Daamen

14 januari 2014

Op 7 december jl. heeft Melle Daamen, directeur van Stadsschouwburg Amsterdam, in het NRC een discussie aangezwengeld over het actuele kunstbeleid. Dat heeft een stroom van reacties opgeroepen. Jan Brouwen en Sikko Cleveringa klommen ook in de pen maar hebben de krant niet gehaald. Hieronder alsnog het ingezonden stuk. 


De wereld op z'n kop

Het pleidooi van Melle Daamen in het NRC[1] voor scherpe keuzes bij de Raad voor Cultuur,  c.q. de overheid, voor ondersteuning van de kunstensector is geheel van deze tijd als het gaat om ‘topkunst’. Maar het vertoont een enorme blinde vlek wat betreft ‘breedtekunst’. De Raad voor Cultuur zou nog veel radicalere keuzes moeten maken: prioriteit geven aan een herijking van de landelijke infrastructuur met alle aandacht voor het toegenomen belang van kunst in de haarvaten van de samenleving; en in tweede instantie onderzoeken wat dit betekend voor toekomstige keuzes ten aanzien van topkunst.

Het idee voor scherp selecteren op topkunst komt overeen met de manier waarop NOC NSF afwegingen maakt over welke sportdisciplines ondersteuning verdienen. Het gaat om de medaillekansen, de kans op (inter-)nationaal prestige. Een zelfde ratio komt terug bij beleidskeuzes in andere segmenten zoals techniek en wetenschappelijk onderzoek. In de redenatie is een landelijke dekking van minder belang. Het is de kwaliteit die telt en het benodigde talent voor de top is mobiel genoeg om zich vanuit de periferie naar het centrum te verplaatsen.

Wat echter onbesproken blijft in het verhaal van Melle Daamen is het toegenomen belang van kunst in alle lagen van de samenleving. Niet alleen in  de grote steden en op min of meer vanzelfsprekende plekken, maar ook in de provincie, in (achterstands)buurten en wijken, aan de randen van gebaande paden. Hij ziet er geen been in als de provinciale infrastructuur gedecimeerd wordt ten faveure van enkele toppers. Maar dat zou niet alleen onverstandig zijn omdat daarmee de kweekvijvers van de huidige en eventueel toekomstige topsegmenten worden gedempt; vanuit een breder cultuurperspectief is dit idee totaal achterhaald. Het belang van kunst in de samenleving is groter dan ooit. En misschien is het idee van autonome topkunst wel helemaal achterhaald.

Wat is dan dat toegenomen belang van kunst in de samenleving? Cultuur is de wijze waarop we, binnen een collectief, een gemeenschap, gisteren en vandaag de relatie vormgeven met de wereld om ons heen. We reproduceren onze cultuur voortdurend in ons gedrag, we delen haar met onze omgeving en dragen haar over aan onze kinderen. Kunst is als een laboratorium, een experiment, waarmee veranderingen in de wereld van nu en de nabije toekomst op een nieuwe manier betekenis kunnen krijgen. Als het daar succesvol in is, koesteren we het vervolgens in onze musea en bibliotheken als ijkpunten van maatschappelijke ontwikkeling.

In de huidige, snel veranderende maatschappij/wereld waarin alles mogelijk lijkt, zijn de keuzes eindeloos. Waar we vroeger nog konden leunen op een collectieve identiteit, wordt nu meer dan ooit een beroep gedaan op ons vermogen een eigen koers te varen. Alles kan en niets is meer zeker. Angst voor verlies van eigen identiteit, eigen cultuur, is aan de orde van de dag. In alle sectoren is behoefte aan nieuwe relaties, nieuwe beelden, nieuwe waarden. Kunst is een bewezen katalysator in de creatie hiervan. De canon van de gevestigde infrastructuur schiet wat dat betreft echter ernstig tekort. Tegelijkertijd ontdekken steeds meer kunstenaars dat hun werk op dit moment van grotere betekenis is op het podium van de  samenleving zelf, daar waar kunst ons spiegelt in wie we zijn en wat we doen in ons dagelijks leven; dan in geijkte kunsthuizen en exclusieve ‘white cubes’. We vinden kunstenaars terug als waardemakers op de raakvlakken van kunst en maatschappelijke sectoren als stedelijke en rurale ontwikkeling, zorg, onderwijs, etc. Denk aan Jeanne van Heeswijk, Adelheid Roosen, Merlijn Twaalfhoven of Martijn Engelbregt. Zij geven vorm aan de al dan niet uitgesproken behoefte om opnieuw betekenis te geven aan onze plaats als individu binnen collectieve verbanden. De wereld – ook die van de kunsten – staat op z’n kop.

Kortom: de actuele landelijke infrastructuur moet niet op de schop omdat ze niet voldoet aan de eisen van topkunst; maar omdat onze infrastructuur (nog) niet adequaat inspeelt op het toegenomen belang van kunst in maatschappelijke ontwikkeling. De Raad voor Cultuur zou zich eerst daarover moeten buigen. En hoewel de grootste uitdaging op het gebied van randvoorwaarden scheppen ligt bij de gemeentelijke overheden, leert de ervaring dat het rijksbeleid daarin richtinggevend is. Denk aan de vermaatschappelijking van kunst vanwege voormalige rijksregelingen als het grotestedenbeleid en het Actieplan Cultuurbereik. Deze regelingen zijn verdwenen zonder zinnig vervolg. De Raad voor Cultuur kan haar invloed uitoefenen om kunst vorm, inhoud en betekenis te geven in alle lagen van de samenleving. Daarvoor is het nodig om eerst te investeren in een herijking aan de basis, en daarna keuzes te maken aan de top. 

Jan Brouwer, ABF Cultuur
Sikko Cleveringa, CAL-XL

 

[1] NRC Handelsblad 7/12/2013: Topballet kun je ook uit Sint Petersburg laten invliegen. Opiniestuk Melle Daamen. http://www.nrc.nl/nieuws/2013/12/07/directeur-stadsschouwburg-amsterdam-te-veel-kunstgezelschappen-in-nederland/

Bjorn Cameron